:11:00
Het is omkeerbaar, stommeling.
:11:03
Het moet omkeerbaar zijn.
:11:07
- Wat is er ?
- Uw lunch.
:11:08
- Neem maar mee.
- Wilt u dat het koud wordt ?
:11:12
Denkt u dat ik de hele dag
met dienbladen ga lopen slepen ?
:11:16
De lunch is om een uur, nu dus.
:11:19
Eruit.
:11:32
Hij gaat eruit, nog binnen het uur.
:11:36
Hij sloeg het blad weg en schreeuwde.
Hij maakt een lab van de zitkamer.
:11:42
Hij knoeit op het tapijt
en z'n betaling is al een week te laat.
:11:47
Zeg dat als hij niet binnen 't half uur
weg is, we de politie erbij halen.
:11:52
En geef hem de rekening.
:11:55
Drie pond tien. Zorg dat je dat krijgt
voor je terugkomt. Schiet op.
:12:01
Laat hem eerst even bedaren.
:12:03
Nee, nu.
Hij met z'n bril en z'n chemicaliƫn.
:12:07
Als je 'm er niet uitschopt,
dan vertrek ik. En dit keer meen ik het.
:12:20
Een dag werk verknoeid
door een domme, onnozele vrouw.
:12:33
Het moet omkeerbaar zijn.
God weet dat het omkeerbaar moet zijn.
:12:38
Lieten ze me maar met rust.
:12:47
Hoor 's, dit kan zo niet langer.
:12:49
U hebt 't servies gebroken
en de huur is te laat. Eruit.
:12:53
Ik verwacht geld, Mr. Hall.
Dan betaal ik u.
:12:57
Dat zei u vorige week ook.
:12:59
Ik kom voor de rust en stilte.
Ik voer een moeilijk experiment uit.