:25:05
Kom op, opschieten.
:25:27
Er ligt een pyjama in die kamer.
Hier zijn handschoenen en verband.
:25:33
- Ik haal de bril.
- Dank je. Kom snel terug.
:25:50
Leg maar op tafel.
:25:54
Doe de gordijnen dicht in je zitkamer.
:25:58
Zijn we alleen in dit huis ?
:26:01
Mooi. Ga maar. Als je ook maar iets
probeert, ben je er geweest.
:26:06
Ik ben sterk, ik kan je wurgen.
:26:09
Begrepen ? Wacht beneden op me.
:26:23
De zitkamer, zei ik, Kemp.
:26:25
Als je het raam uitgaat,
kom ik achter je aan,
:26:28
en dan kan niemand je nog redden.
:26:56
Daar is de inspecteur.