:49:03
Goede vraag.
:49:08
Raakte je opgewonden
waar we waren?
:49:11
Nee, ik niet.
:49:13
Maar het doet je ook niet walgen.
:49:17
De duivel is je aan 't veranderen.
:49:20
Goedenacht, Max.
:49:49
ZENDING
:49:59
Deze heer vraagt
of iemand dit meisje kent.
:50:04
Ja.
:50:05
Ik herinner me Mary.
:50:07
Mary Anne Mathews?
:50:10
Ze verbleef hier maar
een maand, denk ik.
:50:14
Op een nacht kwam ze niet meer.
Weet u wat haar overkwam?
:50:18
Nog niet, maar ik onderzoek het.
:50:21
Kunt u die met de bloemen
voor me pakken?
:50:24
Dat is haar koffer.
:50:26
Ik was het vergeten
tot u me de foto liet zien.
:50:30
Ik heb altijd gehoopt
dat ze zou terugkeren.
:50:34
Ze leek zo verloren.
:50:36
Ik kon alleen maar bidden
dat' t goed met haar was.
:50:39
Kunt u de koffer
bij de ouders brengen?
:50:41
Als het kan.
:50:43
Ja, natuurlijk. Dank u.