:18:02
Ik bleef maar zeggen dat ze
ze aan marcel moest geven.
:18:05
Als dank voor onze gastvrijheid.
:18:08
Een deel van mamy's geld
is toch van jou?
:18:11
Ja, maar ik gaf het aan marcel,
toen ik het eindelijk had losgekregen.
:18:16
Augustine ontdekte dat en
bemoeide zich ermee.
:18:18
Augustine en mamy worden verscheurd
door dankbaarheid en gierigheid.
:18:24
Wat wil je?
Ze hadden geen rijke man, zoals jij.
:18:27
Is dat mijn schuld?
:18:30
Ik moest marcel smeken om
ze hier te laten wonen.
:18:34
Hij kon ze niet uitstaan.
:18:37
Je vader hield altijd van jong.
:18:50
Mevrouw, uw jas.
:18:52
Vertel 'ns louise,
sinds wanneer werk je hier.
:18:56
Waarom vraagt u dat?
- Ze is bij ons sinds oktober.
:18:59
Ik werkte hiervoor bij de vrouw
van een notaris. Wilt u dat nagaan?
:19:02
Dat is niet aan mij.
:19:05
Louise,
:19:08
weet je zeker dat
de honden stil waren?
:19:11
Jazeker. Ik kon niet slapen.
Ik had een voorgevoel.
:19:14
Meneer zag er slecht uit
toen ik zijn kruidenthee bracht.
:19:17
Vroeg meneer om kruidenthee?
:19:19
Tegen middernacht.
:19:22
Maar hij drinkt nooit kruidenthee!
:19:24
Hij zat te werken...
misschien last van z'n maag.
:19:28
Hij belde. Ik bracht hem zijn thee.
:19:32
Ben je lang bij hem gebleven?
:19:34
Ik ging meteen weer weg.
:19:35
Waarom heb ik het dienblad
dan niet in zijn kamer gezien?
:19:43
Laat me met rust!
:19:45
Gaby, ik heb je nodig.
:19:47
Je zuster wil al haar pillen innemen.
:19:50
Trap je daar nu nog steeds in?
:19:56
Kan ik gaan, juffrouw?
:19:59
Nee.