:42:02
Ik word liever beticht van zonde
dan van moord.
:42:05
Die twee gaan samen.
Dat is je zeker niet vreemd.
:42:09
Wat is dat nou voor insinuatie?
:42:12
En waar was jij vannacht, pierrette?
:42:17
Ik bracht een persoonlijk bezoek
dat alleen mij aangaat...
:42:20
en dat niets met deze gebeurtenis
te maken heeft.
:42:23
U weet zeker dat u marcel
niet gezien hebt?
:42:26
Ja, dat weet ik zeker.
:42:27
Dus jij bent de laatste die mijn
man levend gezien heeft, louise.
:42:33
Is dat ernstig?
:42:35
Kan ik van moord beschuldigd worden?
- Zonder twijfel!
:42:38
Dan vertel ik het liever.
Sorry, juffrouw pierrette.
:42:41
Dit kon ik verwachten.
:42:43
Toen ik meneer thee bracht,
was zijn zuster bij hem.
:42:48
Zo, pierrette. U hebt dus gelogen.
Waarom was u bij mijn man?
:42:52
Ik kwam met mijn broer praten.
Ik was triest.
:42:55
Waarom praatten jullie zo hard?
Hadden jullie ruzie?
:42:59
Nee. We hebben zelfs gelachen.
- En moeder dacht dat ik het was.
:43:03
Mooie getuige!
:43:06
Je hebt het gesprek dus gevolgd?
:43:09
Nee, ik ging meteen weg,
met het blad.
:43:13
Pierrette, wat deed u daarna?
:43:15
We praatten nog wat,
en daarna vertrok ik.
:43:18
Dat kan ik bevestigen. Ze kwam
even later langs het keukenraam.
:43:22
Zei ze nog iets?
:43:27
Ik vertel het als jullie
me verder met rust laten.
:43:30
Ze vroeg me te zwijgen
en gaf me 10.000 francs.
:43:34
Tot mijn spijt, kleine snol.
- Wat?
:43:36
Je slaapt toch met iedereen.
- Jij niet? En ook nog met dezelfden.
:43:40
En waarom kreeg ik dat geld?
Ik hoorde je tegen meneer zeggen:
:43:45
Geef me het geld of je gaat eraan.
:43:47
Nee, ik zei:
Ik ga eraan.
:43:49
Nee, jé gaat eraan.
- Mijn arme louise!
:43:52
Jouw woord telt niet.
Je bent maar een dienstmeid.
:43:55
Jouw woord wel? Jij bent maar 'n hoer.
- Daar kies ik voor.
:43:59
Hou op. We lijken wel gek.