:30:00
Wat is er met je?
:30:05
Heb je gedronken?
:30:08
Je hebt niet gedronken, hé?
:30:12
Ik heb een man met twee kinderen aangereden.
:30:19
Is dit echt?
:30:29
Ik kwam naar huis gereden,
ik nam een bocht...
:30:37
misschien wat snel,
ik heb hen niet gezien.
:31:09
Kun je niet wat sneller?
:31:27
Ik hou van jou.
:31:36
Haal diep adem.
:31:42
Wel, de longen zijn in orde.
:31:44
Een vraagje. Van wie is het hart?
:31:48
Dat kan ik niet zeggen. Dat is het
reglement van het hospitaal.
:31:52
De familie van de donor weet het ook niet.
:31:54
Maar jij weet het?
:31:59
Het hart is nu van jou.
Dat is het belangrijkste.