:41:13
We zijn op de terugweg. Als ik iets
van onderweg moet meebrengen.
:41:17
Meisjes, niet aankomen.
:41:21
Bel je maar op mijn GSM.
Ik zie je zo, Daag.
:41:53
Ben je gegaan?
:42:01
Zijn ze dood?
:42:10
Morgen ga ik mezelf aangeven bij de politie.
:42:12
John zei dat niemand je gezien heeft.
:42:15
Niemand.
:42:16
Ze hebben de nummerplaten niet,
of het model van de auto.
:42:19
Wat zou je doen als het onze kinderen waren?
:42:22
Dat is niet het geval.
:42:23
Het is ons niet overkomen.
:42:29
Neen, het is ons niet overkomen.
Het overkwam mij.
:42:49
Wat win je er mee door je zelf
te gaan aangeven?
:42:52
Dat is wat ik moet doen.
:42:54
Neen, Jack. Wat je moet doen is
te blijven bij je gezin.