13 Going On 30
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:27:01
Het is een vreemde droom, of zo.
Ik kan me mijn leven niet herinneren.

:27:05
Jij moet me helpen om mijn
leven weer te kunnen herinneren.

:27:07
Ik? Dat kan ik niet.
- Waarom niet?

:27:10
Ik weet helemaal niks over je.
:27:13
Ik heb je na de middelbare
niet meer gezien.

:27:16
Wat?
- We zijn geen vrienden meer, Jenna.

:27:21
Matty, jij bent mijn beste vriend.
- Nee.

:27:27
Oké, het is al goed.
:27:30
Het is al goed.
- Is het hier warm?

:27:32
Misschien kan ik beter
een raam open doen.

:27:36
Ik heb frisse lucht nodig, en een glas
water en een zacht kussen.

:27:40
Ga zitten. Wil je een glas water?
:27:43
Wil je er ijs in?
- Ik wil een zacht kussen.

:27:46
Zacht kussen, komt eraan.
:27:52
Alles goed?
:27:56
Je kunt beter naar huis gaan, Jenna.
Ik help je wel met zoeken.

:28:03
We gingen onze eigen weg.
Andere scholen, verschillende carrières.

:28:06
En met Kerst dan?
Wilde je me toen ook niet zien?

:28:11
Ik zag je zes jaar geleden nog, geloof ik,
door een ijsbeslagen ruit heen.

:28:14
Zes jaar geleden?
:28:17
Was ik niet thuis, laatst met kerst?
:28:19
Dat weet ik niet. Gaat jouw kliekje
niet naar Sint Bart met kerst?

:28:22
Weet ik niet.
:28:25
Is het hier?
:28:27
Ja, hier woon ik nu.
:28:37
Oké, leuk je weer te zien.
:28:43
Veel succes.
:28:59
Wie is Sint Bart?

vorige.
volgende.