13 Going On 30
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:05:20
Ze zijn schitterend.
- Ja, ze zijn mooi geworden, hè?

1:05:23
Jazeker.
1:05:36
Het wordt al laat.
Ik kan maar beter gaan.

1:05:41
Weet je waar ik nu heel erg
trek in heb?

1:05:44
Nee, wat dan?
1:05:46
Razzles.
1:05:50
Ik heb in geen vijftien jaar...
1:05:55
Razzles gegeten.
- Weet je nog...

1:05:57
er zat kauwgom in het midden.
- Ongelooflijk.

1:06:00
Dat ze ze nog hadden.
Laten we ze meteen opeten.

1:06:03
Het is al lang geleden. Voorzichtig.
1:06:12
Waar lach je om?
1:06:14
Geen idee.
1:06:15
Het leven. De timing.
Het hier met jou Razzles eten.

1:06:24
Ik vond het heel prettig
met je samenwerken deze week.

1:06:27
Vond ik ook.
- En alles eromheen.

1:06:35
Zeg eens...
1:06:38
welke kleur heeft m'n tong?
1:06:40
Wat?
- Welke kleur heeft mijn tong?

1:06:42
Rood. Geen idee, rood.
1:06:44
De normale kleur of anders rood?
1:06:47
Razzlerood.
1:06:49
Laat me de jouwe eens zien.
- Wat?

1:06:51
Je tong. Ik liet de mijne ook zien.
- Die laat ik niet zien.

1:06:54
Kom op, ik liet de mijne ook zien.
1:06:56
Daar had ik niet om gevraagd.
- Matty, ik wil je tong zien.


vorige.
volgende.