13 Going On 30
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:06:00
Dat ze ze nog hadden.
Laten we ze meteen opeten.

1:06:03
Het is al lang geleden. Voorzichtig.
1:06:12
Waar lach je om?
1:06:14
Geen idee.
1:06:15
Het leven. De timing.
Het hier met jou Razzles eten.

1:06:24
Ik vond het heel prettig
met je samenwerken deze week.

1:06:27
Vond ik ook.
- En alles eromheen.

1:06:35
Zeg eens...
1:06:38
welke kleur heeft m'n tong?
1:06:40
Wat?
- Welke kleur heeft mijn tong?

1:06:42
Rood. Geen idee, rood.
1:06:44
De normale kleur of anders rood?
1:06:47
Razzlerood.
1:06:49
Laat me de jouwe eens zien.
- Wat?

1:06:51
Je tong. Ik liet de mijne ook zien.
- Die laat ik niet zien.

1:06:54
Kom op, ik liet de mijne ook zien.
1:06:56
Daar had ik niet om gevraagd.
- Matty, ik wil je tong zien.

1:07:02
Razzlerood.
1:07:07
Zal ik je eens iets verklappen?
1:07:13
Je bent de liefste jongen
die ik ooit ontmoet heb.

1:07:20
Wedden dat ik je nog steeds
kan verslaan.

1:07:26
Wie het minst ver springt,
moet de ander een drankje aanbieden.

1:07:29
Sinaasappelsap.
- Verhoog de inzet.

1:07:31
Vrijdag een etentje om acht uur...
1:07:34
bij het 24th Street restaurant...
1:07:37
om te vieren dat jouw
herontwerp is gekozen.

1:07:39
Afgesproken. Eén.
1:07:44
Twee.
1:07:47
Drie.
1:07:52
Gaat het?
1:07:53
Ik had me uit moeten laten rollen.
1:07:56
Ik word oud.
1:07:57
Niet waar, want dan word ik het ook.

vorige.
volgende.