13 Going On 30
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:20:03
Ik was op zoek naar Matt.
1:20:04
Ik heb goed nieuws voor hem
over zijn foto's.

1:20:08
Iedereen was er wild van.
1:20:09
Mooi. Ik zeg het wel als hij terugkomt.
Hij is een smoking gaan ophalen.

1:20:13
Een smoking?
- Ja, ik weet het. Mannen.

1:20:16
Alles op het laatste moment.
1:20:18
Ja, kom op, zeg.
We gaan morgen trouwen.

1:20:20
Dit wordt de leukste trouwerij in
de achtertuin ooit.

1:20:25
Gefeliciteerd.
- Ik zeg Matt wel dat je bent langsgekomen.

1:20:28
Oké.
- Dag.

1:20:40
We willen weer voelen
wat we vergeten zijn.

1:20:45
Want we stonden er nooit bij stil
dat we zoveel zijn vergeten.

1:20:49
We moeten alle goede dingen
weer opnieuw ontdekken.

1:20:56
Ben je klaar?
1:21:00
De vergadering is afgelast, Jenna.
1:21:02
Wordt het morgen, of zo?
1:21:03
Het is voorbij.
1:21:07
Voorbij?
1:21:09
Lucy...
1:21:12
Ze heeft al je ontwerpen gejat
voor Sparkle. Alles.

1:21:15
Ze is daar de nieuwe hoofdredactrice.
1:21:17
Je foto's doken gisteren op de
website van Sparkle op.

1:21:20
Ze worden op allerlei
buitenreclames gebruikt.

1:21:22
Ze kan Matts foto's toch niet gebruiken?
Die zijn van ons.

1:21:24
Dat kan ze wel.
En ze doet het ook.

1:21:28
Ze heeft hem dit laten ondertekenen.
1:21:37
Je hebt Matts foto's gejat, Lucy.
1:21:39
Wil je vandaag liever de pot
of de ketel zijn?

1:21:42
Als het jou niks uitmaakt,
dan liever de pot.

1:21:44
Of de ketel. Maakt niet uit,
ze zijn allebei zwart.

1:21:48
Waar heb je het over?
- Dit vond ik gisteren in je kantoor.

1:21:51
Komt het je bekend voor?
Jouw naam staat er op.

1:21:54
Heb je in mijn spullen gesnuffeld?
- Hou toch op.

1:21:57
Wat vreselijk. Niet te geloven
dat ik dat heb gedaan.


vorige.
volgende.