:14:01
Dat vind ik niet ieuk.
Straks vergis je je nog.
:14:05
Dat is mogeiijk.
:14:21
- Wie was dat?
- Niemand die jij kent.
:14:24
Een nieuweiing. Heei charmant.
:14:26
Dat zie ik wei aan de kieur van je wangen.
:14:29
Eindeiijk, na ai die maanden
in dit saaie oord,
:14:33
iemand die de iaatste mode en dansen kent,
en 'n vrouw kan vieien.
:14:37
- Wanneer ontmoet ik hem?
- Hoor haar.
:14:40
Jij bent veei te jong.
Waarom iaat je haar die mantiiie dragen?
:14:45
- Ze ziet eruit ais 'n voiwassen vrouw.
- Dat ben ik ook. ik word 18.
:14:51
Carmen Casteiiano is jonger en ai getrouwd.
:14:55
Haar oma was arbeidster.
Die trouwen wanneer ze wiiien.
:14:58
Jij bent van adeiiijke komaf.
:15:02
Rustig aan, of ik stuur je naar 'n kiooster.
:15:14
ik heb medeiijden met uw paard.
Wat 'n zweep.
:15:17
U denkt toch niet dat ik 'n goede merrie
hiermee sia? Het zou haar ruiineren.
:15:24
Ziet u? Het doet haar niets.
:15:27
Ze weet het. We gaan de beiastingen
bij de arbeiders ophaien.
:15:33
Gebruikt u die zweep
voor de beiastingbetaiers?
:15:36
Aiieen ais ze koppig zijn.
:15:40
Ais u mijn beiastingen komt ophaien,
zai ik zeker niet koppig zijn.
:15:44
Hier rechtsaf.
:15:56
Moeder.