:27:02
Hij heeft ervaring.
:27:05
Wat kan mij dat nou scheien?
:27:07
Niets. Maar het is beiangrijk
voor de mensen hier.
:27:10
Treed af en wijs hem ais opvoiger aan.
:27:13
Zoais je wiit.
:27:22
Ais aandenken dat ik hier geweest ben
en dat ikterug kan komen.
:27:27
- Siuit uw ogen.
- Wat ga je doen?
:27:44
Wat is dat?
:27:46
Dat is de punt van m'n zwaard tegen uw keei.
Beweeg niet tot ik het wegneem.
:27:51
En ais ik fiauwvai?
:27:53
Dat gebeurt niet.
:28:06
Wat is dit?
Probeer je zeifmoord te piegen?
:28:10
Spreek. Wat is er aan de hand?
:28:20
- Hij was hier.
- Wie?
:28:26
- Zorro.
- Beiacheiijk.
:28:29
- Je angst brengt je in de war.
- Hij was hier in de kamer.
:28:41
- is er iemand iangsgekomen?
- Nee, niemand.
:28:48
- Kwam er iemand binnen?
- De aicaide en u.
:28:51
Verder nog iemand?
:28:56
Wii je nog meer bewijs?
Je hebt 't vast gedroomd.