:09:04
Buitengewoon attent van u.
:09:22
Daar, mammie.
:09:37
Hier ligt hij, mammie.
Zie je nou wel?
:09:42
Afblijven, Arnie.
-Daar ligt hij.
:09:45
Nee, dat bestaat niet. Harry.
:09:50
Leve de Voorzienigheid.
:09:53
Wie is Voorzienigheid?
-Een vriend. Weet je wie dat is?
:09:57
Jij noemde hem Harry.
:10:00
Waarom staat hij niet op?
:10:02
Hij slaapt. Hij is diep in slaap.
Een heerlijke, diepe slaap.
:10:07
Hoe heeft hij z'n hoofd bezeerd?
-Vast z'n eigen schuld.
:10:12
Wordt hij weer beter?
-Dat is niet te hopen.
:10:17
Kom, je krijgt limonade.
:10:19
Ga ik daarvan ook diep slapen?
-Nee, maar het is beter dan niks.
:10:24
Dat snap ik niet.
-Vergeet deze man nou maar.
:10:28
Hoe?
-Door aan iets anders te denken.
:10:31
Ik zie hem morgen niet.
:10:33
Grote jongen.
Nu gaan we lekker limonade drinken.
:10:39
Haar zal het worst wezen
wat ik met hem doe.
:10:57
Ik had wel kaartjes kunnen verkopen.
Het loopt storm.