:18:15
Hoe wilt u uw spek, Mr Marlow?
-Wat zeg je?
:18:20
Ik vroeg hoe u uw spek wou.
-Gesneden.
:18:29
Waar is Calvin?
-Iets onbelangrijks doen.
:18:34
Wat een prachtige dag.
-Dat was het gisteren ook.
:18:38
Heeft u Calvin ergens voor nodig?
:18:41
Wat een schitterende schilderijen.
Ik heb begrepen dat u die maakt.
:18:46
U moet ze voor veel geld verkopen.
-Goed idee.
:18:51
U zingt ook zo mooi.
Heeft u dat lied zelf geschreven?
:18:55
Hebt u wat van me nodig?
-Ik wil u aanmoedigen, Mr Marlow.
:19:00
Hoe weet u hoe ik heet?
-Dat staat op uw werk.
:19:04
Dat hoort onleesbaar te zijn.
-Dat is ook te zien.
:19:08
Vindt u niet?
:19:10
Ik weet alleen dat niemand ze koopt.
:19:14
Bedankt, Miss Gravely.
:19:16
Hoe kent u mijn naam?
-Van Wiggy.
:19:20
Wiggy? Wat een belachelijke bijnaam.
Mag ik ook Wiggy zeggen, Mrs Wiggs?
:19:26
Als u op tijd betaalt.
:19:28
Goed. Spek, bonen,
kool, suiker, zout...
:19:33
thee en margarine.
Dat is dan 1,95 dollar.
:19:37
En een half pakje sigaretten.
-2,05 dollar.
:19:40
Zoveel?
:19:44
Waar had ik nou...
-Eerst maar wat werken verkopen.
:19:56
Een ogenblikje.
-U moet begrijpen...