The Trouble with Harry
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:21:04
Ik krijg vanmiddag bezoek.
:21:08
U meent het.
-Op de koffie.

:21:11
Ouwe snoepster.
-Oud?

:21:15
Bij wijze van spreken, Miss Gravely.
-Een bijziende ciderklant.

:21:21
Hoe oud schat u me?
:21:25
Vijftig. Hoe oud denkt u zelf?
:21:28
Tweeënveertig.
Wilt u m'n geboorteakte zien?

:21:32
U zult met meer moeten komen
om een man te overtuigen.

:21:37
Ik bedoel: karakter, innerlijk,
verborgen kwaliteiten.

:21:42
Uw ware ik. Gevoelig, jong van hart,
tijdloos in liefde en begrip.

:21:48
Dat lukt me wel. Denk ik.
:21:52
Hoe bedoelt u?
-Er is een klant.

:21:55
Uitgerekend nu? Waar is je schaar?
-Buiten.

:21:59
We gaan haar haar knippen.
:22:02
Een kort kapsel, modern, romantisch.
:22:06
Dat maakt u tien jaar jonger. Lint.
:22:09
Dat ligt wel ergens.
-Rouge, lippenstift.

:22:13
Niks prulligs of ordinairs,
maar jeugd, gratie, karakter.

:22:19
Ik haal de schaar wel.
:22:35
Hebbes.
-Jongeman, mag ik...

:22:45
Dan gaan we maar, Ernest.

vorige.
volgende.