1:20:07
Hij heeft waarschijnlijk
een ongeluk gehad.
1:20:11
Dat kun je wel zeggen.
1:20:15
Wie van u heeft hem gevonden?
1:20:18
Het was mijn man.
1:20:20
Ik wist niet eens dat u een man had.
Wat vreselijk voor u.
1:20:25
Ach, zo is het leven, dokter.
1:20:29
Wat is er gebeurd?
1:20:31
Dat weten we niet.
Kunt u de doodsoorzaak vaststellen?
1:20:36
In dit licht?
Dat is onbegonnen werk.
1:20:39
Ergens anders dan?
-Ik moet wel eerst m'n tas halen.
1:20:45
Ik neem Harry wel mee naar mijn huis.
1:20:50
Voor het laatst naar huis.
1:20:58
Dat is wel te hopen.
-Nog één keer en dan kap ik ermee.
1:21:03
Ik pak de jassen wel.
1:21:58
Ik doe de bretels er wel aan.