Baby Boom
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:35:09
Ze willen haar zo graag ontmoeten.
:35:13
Eerst wil ik zeker weten dat
er geen kans op een jongen is.

:35:19
Degene die naar onze woonwagen
kwam, had het over een jongen.

:35:26
Dus vader wil er zeker van zijn
dat er alles aan is gedaan.

:35:31
We hebben naar een jongen gezocht.
Maar die zijn er nu niet.

:35:36
Goed dan. Vind jij haar wat, moeder ?
- Ja, Sir.

:35:42
Is ze wel gevaccineerd en zo ?
- Het is geen puppie.

:35:50
U hebt toch kleren gekocht ?
- Ja, een paar dingetjes.

:35:56
Ze is net erg verkouden geworden.
Dit zijn haar medicijnen.

:36:02
Een kwart theelepel elke vier uur.
Het maatlepeltje zit bij haar spullen.

:36:10
Kleren en speelgoed hoeven niet.
:36:16
Mag ik weten waar u vandaan komt ?
:36:21
We gaan volgende week terug naar
Duluth. Merle's familie zit daar al.

:36:28
Onze dominee zit er ook.
Fern vindt het er vast fijn.

:36:36
Fern ?
:36:39
We noemen haar naar Merle's moeder.
:36:42
Stil maar. Stil zijn.
:36:48
Misschien moet ik...
- Ik handel de rest wel af. U kunt gaan.


vorige.
volgende.