Affliction
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:32:05
Heb je het gehoord ?
:32:06
Dat Twombley neergeschoten is.
- Ja.

:32:09
Pas op met de hond.
Hij bijt je kop er zo af.

:32:12
Hij mag me wel.
:32:14
En ?
- 30-30, van dichtbij.

:32:16
Jezus.
- Haalt hij het ?

:32:19
Op slag dood, opengereten.
:32:21
Je kon je vuist in zijn rug steken.
In zijn borst ook.

:32:26
Heb je het gezien ?
- Nee.

:32:28
Wel gehoord. We waren bij elkaar.
Ik had een hert gezien.

:32:32
Ik keek naar de rots waar hij op stond
en daar lag hij, morsdood.

:32:37
Ik heb het meteen gemeld.
:32:40
Dit wordt een puinhoop.
Zijn dochter en haar man zijn hier.

:32:44
Zag jij hem niet, Wade ?
- Ja, hij reed me bijna overhoop.

:32:48
Breng jij hem op de hoogte ?
- Tja, mijn dag is toch al verknald.

:32:53
Geef me de sleutels. Ga terug met Jack.
Je moet nog sneeuw ruimen.

:32:58
Het is niet afgelopen.
- Zit er je wat dwars ?

:33:01
Ja, een paar dingen.
- Daar geven we nu niet om.

:33:05
Doe nu een paar dingen
en pieker later.

:33:12
Neem maar vrijaf. Je lijkt overstuur.
:33:16
Je dag is toch betaald, hè ?
- Niet echt. Hij heeft me niet betaald.

:33:20
Je krijgt je geld heus wel.
:33:23
Praat hier niet met de pers over.
Twombley is een hoge pief.

:33:28
Zeg dat je advocaat wil dat je zwijgt.
- Heb ik een advocaat nodig ?

:33:33
Nee. Je zegt het alleen maar.
:33:46
Waar werd hij geraakt ?
:33:47
In de borst.
- Nee, op welke plek ?

:33:50
800 m verder, langs de houthakkersweg.
:33:52
De houthakkersweg ? Da's een hele klim.
Droeg jij hem tot hier ?

:33:56
De ambulanciers deden het.

vorige.
volgende.