The Beach
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:14:03
Een koopje, neem dat maar van me aan.
:14:11
We waren op weg naar het onbekende.
:14:13
Maar daar voor moesten we eerst
de toeristische route volgen.

:14:46
Het is voor elkaar. Morgen is het zo ver.
:14:49
Te gek, man.
:14:51
We gaan alleen niet naar ons eiland.
:14:54
Dat ligt in een nationaal park
waar niemand in mag.

:14:58
Maar op dit eiland
mogen we één nacht blijven.

:15:02
Ja maar, dat is het verkeerde eiland.
:15:04
Dat weet ik.
:15:06
Hoe komen we dan van hier naar daar ?
:15:08
- Zwemmend.
- Zwemmend ?

:15:11
We laten onze rugzakken op dit
eiland achter en zwemmen de rest.

:15:15
- Je kunt toch wel zwemmen ?
- Natuurlijk.

:15:19
- Nou dan.
- Maar hoe ver is het ?

:15:22
Geen idee. Een kilometer of twee.
:15:24
- O, als dat alles is.
- Doe niet zo flauw. Het is het waard.

:15:29
We gaan met zijn drieën op avontuur.
:15:42
"Kun je zwemmen ?"
:15:44
"Ik wel. En ik heb een mooie vriendin.
Lekker, puh."

:15:51
Ook dat nog.
:15:54
- Godverdomme.
- Kun je er niet in ?


vorige.
volgende.