:03:03
Wil je een verfrissend drankje ?
- Nee.
:03:07
Hij wil niet. Ga wat doen.
:03:09
Wat heb je daar ?
- Een dik dossier over Thomas Murphy.
:03:28
Niet vergeten wat ik zei, hé ?
- Ik weet wat ik moet doen.
:03:38
Wilt u nog koffie ?
- Graag.
:03:49
Laat me er 's uit.
:03:56
Waar ga je heen ?
:04:01
Wilt u nog koffie ?
:04:04
Ik ga naar de wc. Mag dat ?
- Val er niet in.
:04:17
Vind je mijn moeder aardig ?
Ze vindt jou wel aardig.
:04:21
We zijn een paar kokosnoten.
:04:27
Mam is jaloers op de serveerster
omdat zij grotere borsten heeft.
:04:33
Val je op grote borsten ?
:04:38
Blijf waar je bent.
:04:51
Geen onvolkomenheden ?
- Moeilijk woord. Eet je patat op.
:04:55
Je kunt me niet dwingen,
je bent mijn vader niet.
:04:59
Kinderen in Afrika lijden honger.
- Ga je ze mijn patat sturen ?