The Station Agent
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:21:01
Hij werd de 'Tom Thumb' genoemd.
1:21:07
Sindsdien hebben treinen geholpen
ons land te vormen tot wat het nu is.

1:21:13
Vroeger gingen mensen nooit hun dorp
uit omdat reizen zo moeilijk was.

1:21:19
Hoe groot ben jij?
- Jacob.

1:21:22
Ik ben 1,35m groot.
1:21:26
Ik ben groter dan jij.
- Kom hier, Jacob.

1:21:29
Ik ben zo terug.
1:21:32
Klootzak.
1:21:40
En zeppelins?
- Die kwamen pas later.

1:21:44
Wanneer?
- Dat weet ik niet precies.

1:21:48
Zeppelins zijn cool.
- Treinen ook.

1:21:51
Ja, ze zijn allebei cool.
1:21:54
Treinen en zeppelins.
1:22:06
Iemand trek in een dessert?
1:22:09
Ik zit vol.
- Ja, ik ook.

1:22:13
Er is nog genoeg om morgen
bij de lunch op te eten.

1:22:25
Wanneer zijn zeppelins uitgevonden?
1:22:30
Ik heb geen idee.
1:22:32
Ik ook niet.
1:22:35
Maar je kunt het in de bibliotheek aan
die lekkere bibliothecaresse vragen.

1:22:39
Ze is knap.
- Het is de bibliotheekfantasie.

1:22:44
Bril af, haren los,
rondvliegende boeken.

1:22:49
Ze draagt geen bril.
- Die kun je kopen. Het is het waard.


vorige.
volgende.