Closer
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:45:39
Waar heb jij gezeten?
:45:41
Werk.
:45:43
Ik ben iets gaan drinken met Harry.
Dat doe jij nooit.

:45:46
Je weet dat hij verliefd op je is.
- Niet waar.

:45:50
Wel?
:45:53
Wil je iets eten?
:45:55
Ik maak wel wat.
:45:59
Ik heb geen honger.
:46:22
Wat is er?
:46:27
Dit gaat pijn doen.
:46:29
Ik was bij Anna.
Ik ben verliefd op haar.

:46:35
We zien elkaar al een jaar.
:46:37
Het begon bij de opening
van haar expositie.


vorige.
volgende.