Godsend
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:28:02
wat ik kan om mijn kind te redden...
1:28:04
en erop toezie dat jij gaat boeten
voor wat je hebt gedaan.

1:28:06
Nee, dit is voorbij, begrepen?
1:28:08
We gaan naar de politie...
1:28:10
en dan gaan we een plaats zoeken, waar
dan ook, waar hij geholpen kan worden.

1:28:13
Jij gaat nergens heen...
- Dat dacht ik wel!

1:28:14
Dat was een experiment.
Het experiment is mislukt.

1:28:17
We kunnen altijd afbreken
en opnieuw proberen.

1:28:21
Afbreken?
1:28:23
Je hebt het over mijn zoon.
1:28:27
Onze zoon! Hij is de jouwe,
omdat ik 'm jou heb gegeven.

1:28:32
Je blijft weg bij hem!
Hoor je me?

1:28:34
Je blijft uit z'n buurt!
1:28:48
Je hebt geluk dat je 'm mocht
hebben zolang als dat was.

1:28:51
Je had niets toen ik je vond.
1:28:53
Ik gaf je een kind, een huis,
een baan.

1:28:56
Alles in je leven waar je waarde
aan hecht, gaf ik je.

1:28:59
Weet je dat nog, jij...
1:29:01
ondankbaar, stuk vreten!
1:29:42
Waarom luisterde hij niet?

vorige.
volgende.