The Trouble with Harry
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:36:03
Dat zag je niet aan hem af.
:36:06
Toch was het zo. Akelig goed.
:36:09
Je hebt ook een mooie mond.
Vooral als je 'goed' zegt.

:36:16
Nog een beetje limonade?
-Zo. Hoe komt Arnie aan dat konijn?

:36:23
Kapitein Wiles had het geschoten.
:36:27
Ik wil meer van je weten.
:36:30
We weten niet wat we
met Harry aan moeten. Suggesties?

:36:35
Zet hem voor mijn part op.
:36:37
Opzetten en dan in een vitrine.
Maar wel een van matglas.

:36:44
Wat heeft hij je misdaan,
behalve met je trouwen?

:36:49
Ik heb al zo vaak geprobeerd
om het uit te leggen.

:36:54
Maar niemand begreep het.
Harry al helemaal niet.

:36:59
Maar u bent kunstenaar.
U denkt misschien wat genuanceerder.

:37:05
Als het meezit. Vertel maar.
Gooi het er maar uit.

:37:11
Heel lang geleden was ik verliefd.
Veel te verliefd.

:37:16
Op wie?
-Op Robert.

:37:19
We wilden trouwen,
maar de familie was ertegen.

:37:22
Zijn jullie toch getrouwd?
-Ja.

:37:26
Maar toen kwam Robert om.
:37:29
Ik was zes weken lang ontroostbaar.
:37:34
Tot ik merkte dat Arnie op komst was.
En daarmee kom ik op Harry.

:37:40
Harry de knappe held. Heilige Harry.
Harry de goedzak.

:37:46
Wat was z'n achternaam?
-Harry Worp, Roberts broer.

:37:50
Werd hij verliefd op je?
-Was dat maar zo.

:37:55
Hij zag het als een morele plicht.
-Maar jij dacht dat hij verliefd was.


vorige.
volgende.