The Trouble with Harry
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:37:05
Als het meezit. Vertel maar.
Gooi het er maar uit.

:37:11
Heel lang geleden was ik verliefd.
Veel te verliefd.

:37:16
Op wie?
-Op Robert.

:37:19
We wilden trouwen,
maar de familie was ertegen.

:37:22
Zijn jullie toch getrouwd?
-Ja.

:37:26
Maar toen kwam Robert om.
:37:29
Ik was zes weken lang ontroostbaar.
:37:34
Tot ik merkte dat Arnie op komst was.
En daarmee kom ik op Harry.

:37:40
Harry de knappe held. Heilige Harry.
Harry de goedzak.

:37:46
Wat was z'n achternaam?
-Harry Worp, Roberts broer.

:37:50
Werd hij verliefd op je?
-Was dat maar zo.

:37:55
Hij zag het als een morele plicht.
-Maar jij dacht dat hij verliefd was.

:38:01
Ik ben met hem getrouwd voor Arnie.
:38:05
Maar in de tweede huwelijksnacht
ontdekte ik de waarheid.

:38:09
Niet in de eerste?
:38:14
Een vreselijke waarheid.
De waarheid over Harry.

:38:19
Wat gebeurde er dan?
:38:22
Hoe oud bent u, Mr Marlow?
-Rond de dertig.

:38:28
Ik zal u vertellen wat er gebeurde.
:38:32
Ik was alleen in de hotelkamer.
:38:35
Ik had m'n beste nachtpon
aangetrokken, begrijpt u wel.

:38:41
Ik had mezelf zo goed en zo kwaad
als het ging in de stemming gebracht.

:38:47
Geen eenvoudige opgave.
:38:50
Het was volle maan. Ik zat bij het raam,
zodat m'n pon goed uitkwam.

:38:56
Logisch.
:38:59
Waarom vertel ik u dit allemaal?
Ik ken u niet eens. Verveel ik u?


vorige.
volgende.