:56:01
Dank u, maar ik moet u iets uitleggen.
:56:04
Onzin. U zag dat ik me in een lastig
parket bevond met dat lijk en zo...
:56:10
en u heeft heel sportief
uw ogen ervoor gesloten.
:56:16
Ik heb u uitgenodigd
voor koffie en bosbessentaart...
:56:20
uit een gevoel van...
-Medeleven.
:56:23
Dankbaarheid.
-Ik hoor u dankbaar te zijn.
:56:27
Nee, ik was u dankbaar.
Ik ben u nog steeds dankbaar.
:56:32
Ik ben u dankbaar
omdat u mijn lijk hebt begraven.
:56:41
Uw lijk?
:56:43
Ik had hem op z'n hoofd geslagen
met de leren hak van m'n wandelschoen.
:56:50
En met het ijzertje op de neus.
:56:54
Waarom dan?
-Hij viel me lastig.
:56:59
Hij kwam met een wilde blik
in z'n ogen op me af...
:57:04
en beweerde dat we getrouwd waren.
:57:07
U kende hem dus.
:57:09
Ik zag hem
voor het eerst van m'n leven...
:57:14
en ik zou zeker nooit
met hem getrouwd zijn.
:57:17
Misschien vergiste hij zich.
:57:19
Nee. Hij trok me
heel beslist de bosjes in.
:57:25
Ik ben er weer uit gekomen.
-Ga verder.
:57:29
Hij trok me weer terug.
-Tot twee keer toe.
:57:34
Hij sloeg van die vunzige mannentaal
uit, waar ik niets van begreep.
:57:40
Natuurlijk niet.
:57:42
Er ontstond een vechtpartij.
-En toen?
:57:46
Ik won. Ik had m'n schoen verloren
bij de worsteling...
:57:50
en daar sloeg ik hem mee,
zo hard als ik kon.
:57:57
En toen was hij dood.