1:25:01
Waar heb je het geschilderd
en wie is het?
1:25:05
Het is geen schilderij,
maar een tekening. Een pastel.
1:25:09
En het model heb ik
uit m'n hoofd getekend.
1:25:13
Je meent het.
-Vanwaar die belangstelling?
1:25:18
Die zwerver heeft een dode man
van z'n schoenen beroofd.
1:25:23
De man op de tekening komt overeen
met het signalement.
1:25:27
Een zwerver die te diep
in het glaasje heeft gekeken...
1:25:31
zou ik niet zonder meer geloven.
1:25:34
Ik heb hem dit schilderij laten zien.
-Tekening.
1:25:39
Tekening dan.
Volgens hem was het dezelfde man.
1:25:43
Waar heb je het gemaakt?
1:25:47
Een product van m'n onderbewustzijn.
1:25:50
Het spijt me, maar ik geloof je niet.
1:25:53
Ik heb geen zin meer om te spelen.
Ik ga maar naar huis. Tot morgen.
1:26:03
Waarom geloof je me niet?
1:26:06
Ik mag dan
geen verstand hebben van kunst...
1:26:10
maar ik zie wel of iemand dood is.
En hij is dood.
1:26:14
Misschien kan ik je
dan wat over kunst leren.
1:26:19
Kijk, dit is iemand die slaapt.
1:26:22
Ontspannen, even bevrijd
van aardse zorgen.
1:26:27
Ontsproten aan m'n geheugen.
Een half vergeten impuls.
1:26:31
De schaduwen van m'n abstracte
emoties hebben plaatsgemaakt...
1:26:36
voor de mechanische realiteit.
1:26:39
Ik heb geen model nodig.
1:26:41
Ik had ook kunnen kiezen
voor totaal andere artistieke stimuli.
1:26:47
In m'n onderbewustzijn
krioelt het van de gezichten.
1:26:51
De menselijke anatomie
is veelzijdig...
1:26:55
en overtreft elke verwachting.
Een opgetrokken ooglid...