1:24:01
Hij komt er zo aan.
-Ik ga wel naar binnen.
1:24:15
Ze spelen vier schoppen,
maar het hadden ruiten moeten zijn.
1:24:20
Kun je bridgen?
-Nooit gedaan.
1:24:23
Dacht ik al.
1:24:25
Kan ik iets doen?
-Waar ben je vandaag geweest?
1:24:29
Gewoon, gewerkt.
-In de buurt van Mansfield Meadows?
1:24:34
Best mogelijk. Ik teken daar vaak.
Hoezo?
1:24:40
Heb je daar...
1:24:44
dit geschilderd?
1:24:49
Hoe kom jij daaraan? Dat hoort
bij je moeder. Straks beschadig je het.
1:24:54
En dan kan Sam
het niet meer verkopen.
1:24:58
Dan stuur ik hem wel
een doos bosbessen.
1:25:01
Waar heb je het geschilderd
en wie is het?
1:25:05
Het is geen schilderij,
maar een tekening. Een pastel.
1:25:09
En het model heb ik
uit m'n hoofd getekend.
1:25:13
Je meent het.
-Vanwaar die belangstelling?
1:25:18
Die zwerver heeft een dode man
van z'n schoenen beroofd.
1:25:23
De man op de tekening komt overeen
met het signalement.
1:25:27
Een zwerver die te diep
in het glaasje heeft gekeken...
1:25:31
zou ik niet zonder meer geloven.
1:25:34
Ik heb hem dit schilderij laten zien.
-Tekening.
1:25:39
Tekening dan.
Volgens hem was het dezelfde man.
1:25:43
Waar heb je het gemaakt?
1:25:47
Een product van m'n onderbewustzijn.
1:25:50
Het spijt me, maar ik geloof je niet.
1:25:53
Ik heb geen zin meer om te spelen.
Ik ga maar naar huis. Tot morgen.