Heist
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:20:04
Ja, geef die heer een telefoontje.
:20:17
- Ik heb wat zakgeld nodig.
- Dat is redelijk.

:20:21
En ik heb het deel van mijn mannen
van de laatste klus nodig.

:20:26
- Geef het aan mij.
- Nu?

:20:28
Je hebt het in je zak.
:20:30
Je bent me telkens een stap voor.
:20:34
Verbazingwekkend.
:20:36
Het plan blijft,
jij krijgt je zending op de 14de.

:20:40
Het plan is veranderd.
We verdelen het 50/50 op de plaats.

:20:44
50/50.
:20:48
Oke.
:20:50
- Nou wat is jouw verrassing?
- Mijn jongen gaat met jou mee naar die klus.

:20:57
- Hij heeft vreselijke manieren.
- Wie van ons is perfekt?

:21:04
Zo zal het zijn.
:21:09
Wacht even. Als het over je vrouw gaat,
waarom heb je het niet gedaan...?

:21:16
Wil je even wachten?
Als het alleen maar over je vrouw gaat...?

:21:20
Weet je wat?
Loop naar de hel !

:21:23
Geen blije campeerder, he?
:21:26
Ik ben helemaal geen campeerder, dekhengst.
Schenk maar in.

:21:31
Zie je iets wat je leuk vind?
:21:34
Ik ben bezig.
:21:37
- Giet vol !
- Ik hoop dat je vanavond niet naar huis hoeft te rijden.

:21:40
Ik hoop dat ik dat ben, en dat ik tegen
een of andere stomme beer aanloop.

:21:45
- Neem me hier vandaan, wil je?
- Dat zal je maag verpesten.

:21:50
Ja, maar dan moet ik het eerst opdrinken.
:21:59
- Net wat ik nodig had.
- Wat?


vorige.
volgende.