Godsend
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:21:01
Hij heeft me nooit horen binnenkomen.
1:21:25
Ik probeerde het door te zetten.
1:21:27
Ik weer dat ik het probeerde, maar...
1:21:29
Ik kon het gewoon niet.
1:21:33
Ik kon 't niet.
1:21:36
Toen z'n moeder thuiskwam,
zei Zachary er geen woord over.

1:21:50
Ben je hier?
1:21:54
Ik was de volgende dag thuis...
1:21:56
toen ik werd overvallen
door een naar voorgevoel.

1:21:59
Ik rende er vlug heen.
1:22:01
Twee huizenblokken verder,
kon ik de sirenes al horen.

1:22:04
Toen zag ik al die rook.
1:22:06
Ik snelde het huis binnen,
verblind door de vlammen...

1:22:10
hopende dat ik niet te laat was.
1:22:12
Maar dat was je wel.
1:22:15
Het bleek dat z'n moeder
toen al dood was.

1:22:26
Ik weet nog dat het stervenskoud
was die dag.

1:22:28
Het was altijd koud in dat grote huis.
1:22:32
Adam?
1:22:34
Dus ze ging naar beneden naar de kelder
om de boiler te controleren.

1:22:39
Ben je daar beneden?
1:22:41
En daar was hij...
1:22:44
wachtende op haar.
1:22:48
Dus u zegt dat Zachary
zijn moeder heeft vermoord.

1:22:51
Hij gebruikte een hamer,
die hij van de muur had gepakt.

1:22:59
En toen hij klaar was...

vorige.
volgende.