The Notebook
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:41:03
Wat moet ik in New York?
:41:08
Met mij samen zijn.
:41:19
Ik weet het niet.
:41:25
We hoeven niet vanavond al te beslissen.
:41:28
Eerst de zomer door
en dan kijken we wel.

:41:32
Bedoel je dat je het wilt uitmaken?
:41:34
We kijken wel hoe het straks gaat.
:41:43
Maak je het uit?
:41:48
Ik zie dit niet werken.
:41:55
Doe het alsjeblieft niet.
Je meent het niet.

:42:01
Als je het toch doet, waarom
aan het eind van de zomer?

:42:05
Waarom niet nu meteen?
:42:12
Doe het dan.
:42:18
Hou op.
:42:21
Ik doe het wel. Het is uit.
:42:24
Het is voorbij. Hoor je?
:42:26
Raak me niet aan.
:42:28
Ik haat je.
- Ik ga nu.

:42:32
Ga maar weg. Rot op.
:42:40
Wacht even. We maken het
toch niet echt uit?

:42:43
We hebben gewoon ruzie
en morgen zijn we het vergeten, oké?

:42:53
Weg?
- Ja.

:42:56
Ze moet kapot zijn geweest.
- Dat was ze ook.

:42:59
Hij wilde het fatsoenlijk spelen.

vorige.
volgende.