Strangers on a Train
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:40:04
Mr. Collins, dit is Mr. Haines.
Hij zat gisteren bij u in de trein.

:40:10
Het spijt me vreselijk, maar ik
kan me hem niet herinneren.

:40:16
Ik herinner me helemaal weinig
van de reis.

:40:19
We hadden namelijk een feestje.
:40:22
We zaten tegenover elkaar
in het panoramarijtuig.

:40:28
U zong een lied over een geit.
- Een geit ?

:40:31
En u had het over uw speech.
- Echt waar ?

:40:36
Het spijt me zeer, ik heb het
duidelijk bont gemaakt.

:40:45
Is het zo belangrijk of hij
zich me herinnert ?

:40:49
Ik heb iemand genoemd die bij me in
de trein zat. U hebt hem opgespoord.

:40:54
Bewijst dat niet
waar ik om half tien was ?

:41:02
Dag, schat. Heb je gegeten ?
- In de trein.

:41:05
Was je zo lang in Metcalf ?
Ik had je eerder verwacht.

:41:09
Ik niet. Soms zetten ze een verdachte
een nacht in de cel.

:41:13
Ga zitten. Barbara, koffie.
:41:16
Alles was zeker in orde toen
de politie je alibi had geverifieerd ?

:41:21
Niet als het alibi vol bourbon zat.
:41:24
Bedoel je dat hij lam was ?
- Totaal. Hij herinnerde zich me niet.

:41:31
Je wist dat hij in de trein zat.
Dus dan zat jij er toch ook in ?

:41:35
Maar niet persé om die tijd.
:41:37
Ik had in Baltimore de trein kunnen
nemen. Na de moord op Miriam.

:41:43
Ze hadden het al helemaal uitgewerkt.
:41:46
Maar dat is belachelijk. Ze doen
alsof je schuldig bent.

:41:52
Het komt wel goed. De politie
gaat gewoon grondig te werk.

:41:57
Toch, papa ?
:41:59
Ik hoop het ten zeerste.
Wat ga je nu doen ?


vorige.
volgende.