Affliction
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:09:07
Goed dan, weet je wat...
:09:09
Als je morgen nog naar huis wilt,
breng ik je wel. Dan neem ik vrij, oké ?

:09:15
Ik heb mam gebeld.
- Wat ? Heb je mam gebeld ?

:09:19
Zojuist ?
- Ja.

:09:21
Waarom zei je niet eerst wat tegen mij ?
- Ik wist dat je zou boos worden.

:09:25
Tuurlijk ben ik boos.
Ik bedoel... Wat heb je gezegd ?

:09:30
Dat ik naar huis wilde.
Pap, wees niet boos op me.

:09:41
Ik had dit allemaal zo mooi gepland.
:09:46
Het is wel zielig,
maar ik had het gepland.

:09:52
Je had je moeder niet mogen bellen.
We bellen haar voor ze weg is.

:10:17
Spreek een bericht in na de toon.
- Ze is al vertrokken.

:10:21
Ze kon natuurlijk niet wachten.
:10:27
Ja.
- Ja ?

:10:30
Is dat al wat je te zeggen hebt ?
:10:33
Ja.
:10:43
Ze kan pas over een halfuur hier zijn.
:10:46
Hou je het zo lang vol ?
:10:49
Ja.
:10:53
Waar wilde je wachten ?
Blijkbaar niet bij de andere kinderen.


vorige.
volgende.