:48:00
Je kunt ons meenemen.
:48:05
Waarom niet ? Waar ga je heen ?
- Ik heb hier geen tijd voor.
:48:09
Je hebt drie tellen om me de sleutels
te geven of ik verf de muur rood.
:48:14
Ik meen het. Eén, twee...
:48:17
Doe je pistool weg.
:48:26
Wie is daar ?
- Politie. Wilt u de deur openmaken ?
:48:35
Het geld.
:48:38
Ga zitten.
:48:46
Doe open.
:48:51
Is er iets ?
:48:52
Vanaf dit adres
is het alarmnummer gebeld.
:48:56
Weet u het zeker ?
:48:58
De verbinding werd verbroken.
Is alles in orde ?
:49:02
Ja, hoor. We zouden net weggaan.
- Mogen we binnenkomen ?
:49:07
Natuurlijk.
:49:18
Bent u de man des huizes ?
:49:21
We zijn net verloofd.
- Gefeliciteerd.
:49:26
We zouden net
naar de Grand Canyon gaan.
:49:29
Ga jij alvast je spullen halen ?
:49:34
Ik ben zo terug.
:49:39
Wie van u
heeft het alarmnummer gebeld ?
:49:51
Het spijt me.
:49:54
Ik wou inlichtingen bellen, maar
belde per ongeluk het alarmnummer.